Ingevolge artikel 7 Grondwet heeft niemand vooraf verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Wanneer "drukpers" ruim wordt geïnterpreteerd, in de zin dat daaronder ook het internet wordt verstaan, zou men kortweg kunnen concluderen dat internetcensuur in strijd is met deze grondwetsbepaling en dus niet is toegestaan.
In Nederland zijn er op dit moment geen duidelijke regels en wetten voor internet afzonderlijk. Het internetcensuur komt wel rustig onze kant op want Nederland en Frankrijk nemen het initiatief voor het opstellen van een internationale gedragscode voor internetvrijheid. Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie wil dat het Openbaar Ministerie, zonder tussenkomst van een rechter, een internetsite kan verbieden die onrechtmatig verkregen informatie publiceert. Nu moet een rechter zich daar altijd over uitspreken. Het gaat om informatie die is gestolen, of die niet voor publicatie bedoeld is.
Een internationale gedragscode kan bijvoorbeeld richtlijnen geven voor de export van internet filters. Landen en bedrijven die de gedragscode onderschrijven, kunnen er zeker van zijn dat technologie niet wordt gebruikt voor censuur van internet.
Nederland en Frankrijk nodigen andere landen, internationale instellingen, maatschappelijke organisaties, ICT-bedrijven, academici en mensenrechten verdedigers aan het begin van de zomer uit om in Parijs te spreken over een gedragscode.
Verder zullen de deelnemers bekijken hoe internet vrijheid een juridische basis kan krijgen, hoe internetcensuur door staten kan worden gemonitord en hoe mensenrechten verdedigers, die gebruik maken van internet, kunnen worden ondersteund.
Nederland en Frankrijk werken ook in de EU gezamenlijk aan voorstellen voor de beperkingen op de uitvoer van internetfilter technologie naar Iran. Iran censureert het internet mede met technologie die afkomstig is van Europese bedrijven.
Landen die de gedragscode onderschrijven, zouden er 'zeker van kunnen zijn' dat de technologie niet wordt gebruikt om het internet te censureren. Ook zou moeten worden gekeken hoe internetvrijheid een 'juridische basis' kan krijgen en hoe mensenrechtenactivisten die het internet gebruiken, kunnen worden gesteund. In Nederland wordt al langere tijd gewerkt aan een internet filter, dat moet worden gebruikt om te filteren op kinderporno. Het is echter onduidelijk of dat filter alleen daarvoor zal worden gebruikt.
Er wordt overigens wel hevig geprotesteerd tegen het wetsvoorstel want volgens Internetorganisaties, wetenschappers en bloggers komt de pers- en internet vrijheid in het gedrang.
Zo is er een brand brief naar Minister Ernst Hirsch Ballin gestuurd. Het wetsvoorstel werkt volgens de opstellers van de brief overheidscensuur in de hand en zou vergaande gevolgen hebben voor de vrijheid van de Nederlandse internetgebruikers. Zo zijn ze tegen het plan om de officier van justitie bevoegd te maken om gegevens van het internet te verwijderen en websites deels af te sluiten, zonder voorafgaand besluit van een rechter.
De briefschrijvers protesteren eveneens tegen het voorgenomen verbod op publicatie van niet-openbare informatie. Dit zou klokkenluiders het werk onmogelijk maken.
De brief is een initiatief van de digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom. De brief is mede ondertekend door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), BNN en internetondernemers.
Internetcensuur en het EVRM
Ingevolge artikel 10, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft een ieder het
recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder
inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Ingevolge het tweede lid van artikel 10 EVRM kunnen beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting
worden gesteld.
Deze beperkingen dienen noodzakelijk te zijn in het belang van een democratische samenleving' (de noodzakelijkheid- en proportionaliteit)
in het belang van de nationale veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of
de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in zijn uitspraak in de zaak Perrin tegen Verenigd Koninkrijk (2005) bepaald dat uitingen op Internet onder
de reikwijdte van artikel 10, eerste lid, EVRM vallen. Ook het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft expliciet erkend dat digitale uitingen
beschermd worden door deze verdragsbepaling.
In de Declaration on Human Rights and the Rule of Law in the Information Society (2005) verklaarde het
Comito dat "freedom of expression, information and communication should be respected in a digital as well as in a non-digital environment, and should not be
subject to restrictions other than those provided for in Article 10 of the ECHR,simply because communication is carried in digital form."
In hoeverre biedt artikel 10 EVRM ruimte voor censuur van overheidswege? De tekst van artikel 10, tweede lid, sluit censuur niet uit. WeI vloeit uit die bepaling
de eis voort dat elke preventieve maatregel noodzakelijk zal moeten zijn in een democratische samenleving. Het Europees Hof voor de Rechten van de mens
(verder: het Hol) beschouwt voorafgaande toestemrning als uiterst verdacht. In het Sunday Times No.2-arrest overwoog het Hof hierover: "[T]he dangers inherent
in prior restraints are such that they call for most careful scrutiny on the part of the Court."
Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat internetcensuur in de jurisprudentie van het Hof niet wordt uitgesloten, maar weI aan een strikte noodzakelijkheid-en proportionaliteitstoets wordt onderworpen. Dit betekent dat een overheid,indien deze internetcensuur wil toepassen, zal moeten aantonen met het oog op welk doel het voorafgaand toezicht nodig is, dat er geen alternatief middel is om dit doel te bereiken en dat het gekozen middel (de censuur) evenredig is ten opzichte van het te bereiken doel.
Het beleid en de wetten die China hanteert op het gebied van internetcensuur staan op veel punten op gespannen voet met internationale mensenrechten standaarden, waaronder het recht op vrijheid van meningsuiting. Zolang het strafrecht onduidelijke gedefinieerde begrippen als ‘staatsgeheimen’ en ‘staatsondermijnend gedrag’ bevat worden deze misbruikt voor onjuiste detentie en voor het vervolgen van journalisten, redacteurs en gewone internetgebruikers.
Het internetcensuur in China is en kan wel degelijk ver worden doorgevoerd. Internet kan zelfs een instrument voor controle zijn. Internetcensuur geschiedt op verschillende wijzen. Er zijn internationale gateways, waar alle buitenlandse internetpagina's binnenkomen, zoals ChinaNet van China Telecom. Deze worden gecontroleerd met behulp van netwerk filters, die vrij eenvoudig alle onwelgevallige sites blokkeren. Bovendien zijn de internetproviders (ISP's), maar ook de (vele)internetcafés, verantwoordelijk voor de pagina's die zij doorgeven. Bij hen zijn zogeheten blackboxes geïnstalleerd dat alle internetverkeer gedurende 60 dagen opslaan. Zo kan precies worden nagegaan wie waar op het internet is geweest. Bovendien moet een internetgebruiker zich binnen dertig dagen laten registreren.
Een wapen dat de Chinese overheid in de strijd gooit is intimidatie. Met gerichte acties laat zij weten dat de overheid een oog in het zeil houdt. Zo laat zij op onwelgevallige sites soms boodschappen achter als: 'uw website bevat inhoud die indruisen tegen de wet'. Een enkele keer gaat een hele website voor een paar dagen plat, zoals in 1997, toen de portal Sinacom een link bevatte naar een pornografische site.
Door alle regelgeving en maatregelen is er een klimaat van zelfcensuur ontstaan. Mensen die in internetcafés surfen (dit zijn volgens een onderzoek uit 2001 21 procent van de schatting 30-40 miljoen Chinese surfers) voelen de sociale controle die er in die omgeving heerst. Dat geldt ook voor mensen die op het werk internetten (ca. 21 procent).
Zelfregulering komt in sommige gevallen zelf op gang. Zo riep de industrie zelf de Public Pledge on Self-Discipline for the Chinese Internet Industry in het leven. Bedrijven die deze overeenkomst tekenen, beloven gevoelig materiaal (bijv. mensenrechten, dissidenten etc.) te verwijderen. Alle Chinese zoekmachines hebben hun handtekening gezet. Portal Yahoo is waarschijnlijk het enige Amerikaanse bedrijf dat deze overeenkomst heeft getekend. Yahoo heeft een Chinees kantoor, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Google. Deze zoekmachine hoeft de Pledge dan ook niet te ondertekenen, maar loopt wel het risico van een blokkade, zoals deze maand daadwerkelijk gebeurde.
Door de toename van buitenlandse meer buitenlandse investeringen in China lopen deze westerse bedrijven in de ICT steeds meer risico mee te werken aan mensenrechtenschendingen. Denk hier vooral bij het schenden van de vrijheid van meningsuitingen en het onderdrukken van meningen die afwijken van het gewenste denk patroon. Mede door alle westerse en andere buitenlandse investeringen in China lijken internetbedrijven deel het probleem te zijn geworden.
Denk hierbij aan grote en invloedrijke westerse ICT/ internetbedrijven. Microsoft, Google en Yahoo! Zijn bedrijven die in principe mee werken aan het probleem van internet censuur in China.
Zo heeft Microsoft op 30 december 2005, op verzoek van de Chinese overheid de weblog van Zhao Jing een onderzoeker voor de New York Times in Peking afgesloten. Het bedrijf maakt het gebruikers van MSN spaces in China bovendien onmogelijk om bepaalde ‘gevoelige’ termen te gebruiken in hun account naam of blogtitel.
Google heeft speciaal voor China een eigenlijk zoekmachine ontwikkeld en gelanceerd in januari 2006. ‘www.google.cn’, is een zelfcensurende zoekmachine voor Chinese gebruikers als alternatief voor google’s bestaande zoekmachine buiten China.
Wat betreft het risico lopen voor westerse bedrijven om mee te werken aan schenden van mensenrechten spant Yahoo! de troon. Yahoo! heeft vrijwillig de door China opgestelde ‘Public Pledge on Self-discipline for the Chinese Internet Industry’ ondertekend. Het bedrijf schaart zich daarmee achter de officiële inspanning tot censuur. Yahoo! heeft ook informatie verstrekt waarmee de Chinese overheid tenminste vier Chinese internetgebruikers heeft kunnen veroordelen op beschuldigingen van ‘lekken van staatsgeheimen’ of ‘staatsondermijnend gedrag’. Deze beschuldigingen zijn een grove schending van de vrijheid van meningsuiting.
Een van de vier veroordeelde Chinese internetgebruikers is Shi Tao, een Chinese journalist van dagblad Dangdai Shang Bao. In een mail 'onthulde' hij de details van een overheidsdirectief over hoe journalisten om moesten gaan met de aanstaande herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. De mail verstuurde hij met zijn Yahoo! account. Yahoo! overhandigde zijn privégegevens aan de Chinese autoriteiten, waardoor Shi Tao veroordeelt kon worden tot 10 jaar gevangenis.
Zo blijkt dus dat ondanks alle mogelijkheden die er zijn wat betreft internet censuur, er sommige landen zoals China grijpen naar het uiterste middel: gevangenisstraf. 'Foute' internetgebruikers kunnen tot een jarenlange gevangenisstraf worden veroordeeld. In landen zoals het eerder genoemde China, maar ook in Iran en Vietnam zitten mensen vast vanwege hun meningsuiting op internet. Ook journalisten die zijn uitgeweken naar het internet omdat kranten onder zware censuur staan, worden hier geregeld opgepakt.
Homepagina internetcensuur
Internetcensuur wetten en straffen in Nederland
Ingevolge artikel 7 Grondwet heeft niemand vooraf verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Wanneer "drukpers" ruim wordt geïnterpreteerd, in de zin dat daaronder ook het internet wordt verstaan, zou men kortweg kunnen concluderen dat internetcensuur in strijd is met deze grondwetsbepaling en dus niet is toegestaan.
In Nederland zijn er op dit moment geen duidelijke regels en wetten voor internet afzonderlijk. Het internetcensuur komt wel rustig onze kant op want Nederland en Frankrijk nemen het initiatief voor het opstellen van een internationale gedragscode voor internetvrijheid. Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie wil dat het Openbaar Ministerie, zonder tussenkomst van een rechter, een internetsite kan verbieden die onrechtmatig verkregen informatie publiceert. Nu moet een rechter zich daar altijd over uitspreken. Het gaat om informatie die is gestolen, of die niet voor publicatie bedoeld is.
Een internationale gedragscode kan bijvoorbeeld richtlijnen geven voor de export van internet filters. Landen en bedrijven die de gedragscode onderschrijven, kunnen er zeker van zijn dat technologie niet wordt gebruikt voor censuur van internet.
Nederland en Frankrijk nodigen andere landen, internationale instellingen, maatschappelijke organisaties, ICT-bedrijven, academici en mensenrechten verdedigers aan het begin van de zomer uit om in Parijs te spreken over een gedragscode.
Verder zullen de deelnemers bekijken hoe internet vrijheid een juridische basis kan krijgen, hoe internetcensuur door staten kan worden gemonitord en hoe mensenrechten verdedigers, die gebruik maken van internet, kunnen worden ondersteund.
Nederland en Frankrijk werken ook in de EU gezamenlijk aan voorstellen voor de beperkingen op de uitvoer van internetfilter technologie naar Iran. Iran censureert het internet mede met technologie die afkomstig is van Europese bedrijven.
Landen die de gedragscode onderschrijven, zouden er 'zeker van kunnen zijn' dat de technologie niet wordt gebruikt om het internet te censureren. Ook zou moeten worden gekeken hoe internetvrijheid een 'juridische basis' kan krijgen en hoe mensenrechtenactivisten die het internet gebruiken, kunnen worden gesteund. In Nederland wordt al langere tijd gewerkt aan een internet filter, dat moet worden gebruikt om te filteren op kinderporno. Het is echter onduidelijk of dat filter alleen daarvoor zal worden gebruikt.
Er wordt overigens wel hevig geprotesteerd tegen het wetsvoorstel want volgens Internetorganisaties, wetenschappers en bloggers komt de pers- en internet vrijheid in het gedrang.
Zo is er een brand brief naar Minister Ernst Hirsch Ballin gestuurd. Het wetsvoorstel werkt volgens de opstellers van de brief overheidscensuur in de hand en zou vergaande gevolgen hebben voor de vrijheid van de Nederlandse internetgebruikers. Zo zijn ze tegen het plan om de officier van justitie bevoegd te maken om gegevens van het internet te verwijderen en websites deels af te sluiten, zonder voorafgaand besluit van een rechter.
De briefschrijvers protesteren eveneens tegen het voorgenomen verbod op publicatie van niet-openbare informatie. Dit zou klokkenluiders het werk onmogelijk maken.
De brief is een initiatief van de digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom. De brief is mede ondertekend door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), BNN en internetondernemers.
Internetcensuur en het EVRM
Ingevolge artikel 10, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft een ieder het
recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder
inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Ingevolge het tweede lid van artikel 10 EVRM kunnen beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting
worden gesteld.
Deze beperkingen dienen noodzakelijk te zijn in het belang van een democratische samenleving' (de noodzakelijkheid- en proportionaliteit)
in het belang van de nationale veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of
de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in zijn uitspraak in de zaak Perrin tegen Verenigd Koninkrijk (2005) bepaald dat uitingen op Internet onder
de reikwijdte van artikel 10, eerste lid, EVRM vallen. Ook het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft expliciet erkend dat digitale uitingen
beschermd worden door deze verdragsbepaling.
In de Declaration on Human Rights and the Rule of Law in the Information Society (2005) verklaarde het
Comito dat "freedom of expression, information and communication should be respected in a digital as well as in a non-digital environment, and should not be
subject to restrictions other than those provided for in Article 10 of the ECHR,simply because communication is carried in digital form."
In hoeverre biedt artikel 10 EVRM ruimte voor censuur van overheidswege? De tekst van artikel 10, tweede lid, sluit censuur niet uit. WeI vloeit uit die bepaling
de eis voort dat elke preventieve maatregel noodzakelijk zal moeten zijn in een democratische samenleving. Het Europees Hof voor de Rechten van de mens
(verder: het Hol) beschouwt voorafgaande toestemrning als uiterst verdacht. In het Sunday Times No.2-arrest overwoog het Hof hierover: "[T]he dangers inherent
in prior restraints are such that they call for most careful scrutiny on the part of the Court."
Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat internetcensuur in de jurisprudentie van het Hof niet wordt uitgesloten, maar weI aan een strikte noodzakelijkheid-en proportionaliteitstoets wordt onderworpen. Dit betekent dat een overheid,indien deze internetcensuur wil toepassen, zal moeten aantonen met het oog op welk doel het voorafgaand toezicht nodig is, dat er geen alternatief middel is om dit doel te bereiken en dat het gekozen middel (de censuur) evenredig is ten opzichte van het te bereiken doel.
Bron Vermelding:
Bron: http://www.trouw.nl/nieuws/media-technologie/article3208674.ece/Brief_tegen_wetsvoorstel_internetcensuur.html
Bron: http://tweakers.net/nieuws/67524/nederland-en-frankrijk-willen-gedragscode-tegen-internetcensuur.html
Bron: http://www.minbuza.nl/nl/Actueel/Nieuwsberichten/2010/05/Nederland_en_Frankrijk_willen_gedragscode_internetvrijheid
Bron: http://www.rnw.nl/nederlands/article/brandbrief-internetcensuur-dreigt-nederland
Brond: https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/14602/2/Internetcensuur+M+M++Groothuis.pdf
Internetcensuur wetten en straffen in China.
Het beleid en de wetten die China hanteert op het gebied van internetcensuur staan op veel punten op gespannen voet met internationale mensenrechten standaarden, waaronder het recht op vrijheid van meningsuiting. Zolang het strafrecht onduidelijke gedefinieerde begrippen als ‘staatsgeheimen’ en ‘staatsondermijnend gedrag’ bevat worden deze misbruikt voor onjuiste detentie en voor het vervolgen van journalisten, redacteurs en gewone internetgebruikers.
Het internetcensuur in China is en kan wel degelijk ver worden doorgevoerd. Internet kan zelfs een instrument voor controle zijn. Internetcensuur geschiedt op verschillende wijzen. Er zijn internationale gateways, waar alle buitenlandse internetpagina's binnenkomen, zoals ChinaNet van China Telecom. Deze worden gecontroleerd met behulp van netwerk filters, die vrij eenvoudig alle onwelgevallige sites blokkeren. Bovendien zijn de internetproviders (ISP's), maar ook de (vele)internetcafés, verantwoordelijk voor de pagina's die zij doorgeven. Bij hen zijn zogeheten blackboxes geïnstalleerd dat alle internetverkeer gedurende 60 dagen opslaan. Zo kan precies worden nagegaan wie waar op het internet is geweest. Bovendien moet een internetgebruiker zich binnen dertig dagen laten registreren.
Een wapen dat de Chinese overheid in de strijd gooit is intimidatie. Met gerichte acties laat zij weten dat de overheid een oog in het zeil houdt. Zo laat zij op onwelgevallige sites soms boodschappen achter als: 'uw website bevat inhoud die indruisen tegen de wet'. Een enkele keer gaat een hele website voor een paar dagen plat, zoals in 1997, toen de portal Sinacom een link bevatte naar een pornografische site.
Door alle regelgeving en maatregelen is er een klimaat van zelfcensuur ontstaan. Mensen die in internetcafés surfen (dit zijn volgens een onderzoek uit 2001 21 procent van de schatting 30-40 miljoen Chinese surfers) voelen de sociale controle die er in die omgeving heerst. Dat geldt ook voor mensen die op het werk internetten (ca. 21 procent).
Zelfregulering komt in sommige gevallen zelf op gang. Zo riep de industrie zelf de Public Pledge on Self-Discipline for the Chinese Internet Industry in het leven. Bedrijven die deze overeenkomst tekenen, beloven gevoelig materiaal (bijv. mensenrechten, dissidenten etc.) te verwijderen. Alle Chinese zoekmachines hebben hun handtekening gezet. Portal Yahoo is waarschijnlijk het enige Amerikaanse bedrijf dat deze overeenkomst heeft getekend. Yahoo heeft een Chinees kantoor, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Google. Deze zoekmachine hoeft de Pledge dan ook niet te ondertekenen, maar loopt wel het risico van een blokkade, zoals deze maand daadwerkelijk gebeurde.
Door de toename van buitenlandse meer buitenlandse investeringen in China lopen deze westerse bedrijven in de ICT steeds meer risico mee te werken aan mensenrechtenschendingen. Denk hier vooral bij het schenden van de vrijheid van meningsuitingen en het onderdrukken van meningen die afwijken van het gewenste denk patroon. Mede door alle westerse en andere buitenlandse investeringen in China lijken internetbedrijven deel het probleem te zijn geworden.
Denk hierbij aan grote en invloedrijke westerse ICT/ internetbedrijven. Microsoft, Google en Yahoo! Zijn bedrijven die in principe mee werken aan het probleem van internet censuur in China.
Zo heeft Microsoft op 30 december 2005, op verzoek van de Chinese overheid de weblog van Zhao Jing een onderzoeker voor de New York Times in Peking afgesloten. Het bedrijf maakt het gebruikers van MSN spaces in China bovendien onmogelijk om bepaalde ‘gevoelige’ termen te gebruiken in hun account naam of blogtitel.
Google heeft speciaal voor China een eigenlijk zoekmachine ontwikkeld en gelanceerd in januari 2006. ‘www.google.cn’, is een zelfcensurende zoekmachine voor Chinese gebruikers als alternatief voor google’s bestaande zoekmachine buiten China.
Wat betreft het risico lopen voor westerse bedrijven om mee te werken aan schenden van mensenrechten spant Yahoo! de troon. Yahoo! heeft vrijwillig de door China opgestelde ‘Public Pledge on Self-discipline for the Chinese Internet Industry’ ondertekend. Het bedrijf schaart zich daarmee achter de officiële inspanning tot censuur. Yahoo! heeft ook informatie verstrekt waarmee de Chinese overheid tenminste vier Chinese internetgebruikers heeft kunnen veroordelen op beschuldigingen van ‘lekken van staatsgeheimen’ of ‘staatsondermijnend gedrag’. Deze beschuldigingen zijn een grove schending van de vrijheid van meningsuiting.
Een van de vier veroordeelde Chinese internetgebruikers is Shi Tao, een Chinese journalist van dagblad Dangdai Shang Bao. In een mail 'onthulde' hij de details van een overheidsdirectief over hoe journalisten om moesten gaan met de aanstaande herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. De mail verstuurde hij met zijn Yahoo! account. Yahoo! overhandigde zijn privégegevens aan de Chinese autoriteiten, waardoor Shi Tao veroordeelt kon worden tot 10 jaar gevangenis.
Zo blijkt dus dat ondanks alle mogelijkheden die er zijn wat betreft internet censuur, er sommige landen zoals China grijpen naar het uiterste middel: gevangenisstraf. 'Foute' internetgebruikers kunnen tot een jarenlange gevangenisstraf worden veroordeeld. In landen zoals het eerder genoemde China, maar ook in Iran en Vietnam zitten mensen vast vanwege hun meningsuiting op internet. Ook journalisten die zijn uitgeweken naar het internet omdat kranten onder zware censuur staan, worden hier geregeld opgepakt.
Bron Vermelding:
Bron: http://www.geledraak.nl/html/showarticle.asp?id=539
Bron: http://www.amnesty.nl/bibliotheek_vervolg/landenpagina_china_internetcensuur
Bron: http://www.oneworld.nl/index.php?page=1&articleId=7270